Factcheck: Vanwaar komt de radioactiviteit in de Amerikaanse wespennest?
“Radioactieve wespen zorgen voor schrik in South Carolina”. Zo kopte ‘De Morgen’, nadat arbeiders in juli een radioactief wespennest ontdekten op het terrein van een voormalige nucleaire wapenfabriek Savannah River Site. Een bijzondere plaats voor radioactiviteit om op te duiken, maar achter elk fenomeen schuilt een logische verklaring. In deze? Geen lekkende afvaltanks of besmette insecten, maar wel ecologische processen die radionucliden transporteren en concentreren. Dankzij jarenlang onderzoek van die mechanismen kunnen experts van SCK CEN, zoals Geert Biermans, inschatten waar radioactiviteit zich nestelt – en vooral: hoe we dat moeten interpreteren. Een antwoord op de vraag: vanwaar komt de radioactiviteit in de Amerikaanse wespennest?
De Savannah River Site in South Carolina was decennialang een strategische locatie voor de productie van nucleair materiaal voor Amerikaanse kernwapens. Die activiteiten werden er in 1988 stopgezet, maar de site herbergt nog 43 ondergrondse tanks met vloeibaar radioactief afval. Deze zomer vonden arbeiders een radioactief wespennest op het terrein. Dat klinkt alarmerend, maar nee: er is geen reden tot paniek. “Dit is niet het gevolg van lekkende opslagtanks”, stelt Geert Biermans, expert sitesanering bij SCK CEN, meteen gerust. “Wespen verwerken geen vloeibare stoffen in hun nest. Ze gebruiken hout uit de omgeving en daar vinden we de oorzaak voor deze radioactiviteit.”
‘Bouwvakkers met besmette grondstoffen’
Niet in de tanks, maar in het landschap dus. Hoezo? Geert Biermans legt uit: “Bomen nemen hun voedingsstoffen uit de bodem, maar elke industriële activiteit kan daarin sporen nalaten. En zo slurpt de vegetatie ook eventuele verontreinigingen, zoals radioactiviteit, op. Die stoffen komen dan in de stam en de takken terecht. En dat krijgt een tweede leven, wanneer wespen hun nest beginnen te bouwen”, vervolgt Geert Biermans. Wespen knagen stukjes hout uit (dode) bomen en vermalen die met hun krachtige kaken tot vezels. Die vezels vermengen ze met speeksel tot een soort van papier-maché, waarmee ze hun nest laag voor laag opbouwen. “Zo verwerken ze radioactiviteit onbewust in hun nest.”
Hoe zit dat dan met de bomen zelf? “Bomen bevatten veel water en dat zorgt ervoor dat eventuele radioactieve stoffen verdund zijn. Bij een wespennest ligt dat anders. Zodra het vezelpapje opdroogt en het water verdampt, blijft er een droge, papierachtige structuur over. In dat uitgedroogde materiaal meten we een verhoogde concentratie radioactiviteit.” Het nestmateriaal kan radioactief zijn, maar de wespen zelf zijn dat niet. Ze zijn niet meer dan ‘bouwvakkers met besmette grondstoffen’.
Radioactieve dieren
De wespen gebruiken de houtpulp enkel als bouwmateriaal en braken het papje – na het vermengen met speeksel – weer uit. In tegenstelling tot hen consumeren deze dieren wél besmet voedsel: Oostenrijkse everzwijnen en Noorse rendieren. Na de ramp in Tsjernobyl regende het in Oostenrijk en Noorwegen, waardoor er cesium in de bodem terechtkwam. Erna werd er een verhoogde activiteit in het everzwijnen- en rendiervlees gedetecteerd.
Hoe kan dat?
-
1. Everzwijnen in Oostenrijk
Door het eten van hun favoriete kost: truffels. Truffels absorberen grote hoeveelheden radioactiviteit uit de bovenste grondlaag, m.a.w. daar waar tot op vandaag de meeste cesiumcontaminatie aanwezig is. Over de jaren heen heeft cesium zich wel aan kleipartikels in de bodem vastgezet, waardoor planten of paddenstoelen ze minder gemakkelijk kunnen opnemen. Bovendien is er strenge controle in de EU op die specifieke voedingswaren. “We kunnen dus naar hartenlust een everzwijnsteak met paddenstoelensaus uit Oostenrijk eten”, aldus Geert Biermans.
-
2. Rendieren in Noorwegen
Door het eten van korstmossen en paddenstoelen – hét voedsel bij uitstek dat de Noorse rendierkuddes in de winter verorberen. “In die periodes zagen wetenschappers een piek in het stralingsniveau bij rendieren”, vertelt Geert Biermans. Tegenwoordig ligt radioactiviteit bij de meeste rendieren weer onder de Europese veiligheidsnorm, mede doordat de Sami – de inheemse bewoners van Lapland – hun graasgebied hebben verlegd.
-
Sitesanering: kennis als hefboom
De reden dat het nucleaire onderzoekscentrum SCK CEN zulke fenomenen kan verklaren, is omdat het al jaar en dag bestudeert hoe radionucliden zich in het ecosysteem en de voedselketens gedragen. “Die kennis is cruciaal, wanneer we voormalige nucleaire sites willen saneren. In vaktermen noemen we dit legacy sites. Om de juiste saneringsopties te bepalen, brengt SCK CEN de site eerst in kaart. Daarna berekenen de wetenschappers de potentiële gevolgen van die verontreiniging op korte, middellange en lange termijn om nadien geschikte saneringsopties te formuleren.
“Het ultieme doel is om de radiologische impact in te schatten en tot een minimum te beperken, waarbij we steeds de wettelijke richtlijnen volgen. Als de impact groot is, moeten we saneringstechnieken inschakelen. Denk bijvoorbeeld aan afgraven, het gebruik van bodemadditieven of herbebossing om radioactiviteit te immobiliseren. Zoals je kan lezen, zetten we soms ook de natuur in als bondgenoot. Daarom is het van cruciaal belang dat we die ecologische processen dan uiterst goed kennen en beheersen. Wie de natuur begrijpt, kan haar ook laten meewerken aan herstel”, besluit hij.