Gezonken kernonderzeeërs in de Barentszzee: hoe SCK CEN risico’s opvolgt
Op de bodem van de Barentszzee liggen nog steeds oude Russische kernonderzeeërs uit de Koude Oorlog, zoals de K-159 en K-27.Deze wrakken bevatten nog steeds radioactief materiaal en vormen al jaren een bron van internationale bezorgdheid. Nieuw is nu dat Rusland vanaf 2026 budget voorziet om iets met deze wrakken te doen, al is het nog niet duidelijk of het om een echte berging gaat of om een voorbereidende studie. Volgens het recente artikel van HLN vormen de duikboten een “tikkende tijdbom” en zou een lek of ongecontroleerde kernreactie een milieuramp kunnen veroorzaken, vergelijkbaar met Fukushima. Maar hoe realistisch is dat? En hoe volgt SCK CEN de radiologische risico’s op? Onze experten duiken er dieper op in.
Geen Fukushima-scenario
Hoewel de onderzeeërs inderdaad radioactief materiaal bevatten, is een ramp van dezelfde schaal als Fukushima onwaarschijnlijk. Fukushima was een actieve kerncentrale met meerdere reactoren die tegelijk faalden na een aardbeving en tsunami. De gezonken onderzeeërs bevatten gevaarlijke stoffen, maar de impact zou eerder lokaal zijn als er zich een ongeval voordoet terwijl de kernonderzeeër onder water is. Indien er echter een accident zou plaatsvinden tijdens de bergingswerken, kan de impact mogelijk verder reiken.
Er bestaat een kans op een ongecontroleerde kernreactie – een zogenaamd kritikaliteitsongeval. Dat is een kernreactie die spontaan op gang komt, wat kan gebeuren als de positie of samenstelling van het splijtstofmateriaal verandert, bijvoorbeeld:
- Verandering in positie: Als splijtstofelementen die normaal ver uit elkaar liggen, dichter bij elkaar komen (bijvoorbeeld door corrosie, instorting of beweging van het wrak), kan de dichtheid van neutronen toenemen. Dat verhoogt de kans dat de neutronen voldoende splijtingsreacties veroorzaken om een kettingreactie te starten.
- Verandering in samenstelling: Als er water (dat neutronen vertraagt) in contact komt met de splijtstof kan dat de omstandigheden veranderen. Water werkt als een moderator en kan de kans op een kernreactie verhogen. Ook chemische reacties of beschadiging van het omhulsel kunnen de samenstelling beïnvloeden.
Hoe volgt SCK CEN nucleaire incidenten op?
Vindt er een kritikaliteitsongeval of ander incident plaats, dan zal dat waarschijnlijk gedetecteerd worden via het International Monitoring System (IMS) dat wereldwijd monitort op clandestiene kernproeven in het kader van het Allesomvattend Kernstopverdrag. Ook nationale meetnetwerken in Europa registreren verhoogde straling.
SCK CEN volgt deze data van deze netwerken op als technische partner van het nationaal datacentrum NDC.be van het Allesomvattend Kernstopverdrag, en ondersteunt de Belgische overheid bij nucleaire en radiologische noodplanning. Dankzij deze monitoringactiviteiten kunnen we ook incidenten opvolgen waarvoor weinig officiële informatie beschikbaar is. Denk aan het Nyonoksa-incident in Rusland (2019), de ruthenium-106-concentraties in Europa (2017), of de bosbranden rond Tsjernobyl waarbij oude radioactieve deeltjes door rook opnieuw in de lucht komen en zich met de wind verspreiden. In zulke gevallen analyseren we de meetdata en helpen we inschatten of er risico’s zijn voor mens en milieu.
Wat kan een gezonken kernonderzeeër doen met het zeeleven en de visvangst?
Als een gezonken nucleaire onderzeeër begint te lekken op de zeebodem, kan dat het zeeleven in de directe omgeving beïnvloeden. Dieren die op of in de zeebodem leven — zoals schelpdieren, krabben, kreeften en zeewier — kunnen radioactieve stoffen opnemen uit het zand en sediment. Sommige stoffen, zoals plutonium, blijven lang in het milieu aanwezig en zenden alfastraling uit, wat hogere doses oplevert voor organismen. Andere stoffen, zoals radiocesium, lossen gemakkelijker op in water en verspreiden zich met de stroming, waardoor ze snel verdund raken. Grote vispopulaties lopen over het algemeen weinig risico, al kunnen vissen die dicht bij het wrak leven hogere concentraties bevatten.
Voor mensen is het risico op blootstelling aan straling laag, omdat regelgeving ervoor zorgt dat enkel veilige voeding verkocht wordt. Toch kan er economische schade ontstaan, vooral door verlies van consumentenvertrouwen. Zelfs als de gemeten straling onder de wettelijke limieten blijft, kunnen consumenten terughoudend zijn om vis uit bepaalde regio’s te kopen. Dit kan leiden tot lagere verkoopcijfers voor vissers en visverkopers, en soms tot strengere controles en extra monitoring door de autoriteiten. Dit toont aan dat bij nucleaire incidenten niet alleen de menselijke gezondheid telt, maar ook het vertrouwen in voedselveiligheid en lokale economieën zorgvuldig bewaakt moet worden.
-
Vergeleken met het Fukushima-incident zijn er aanzienlijke verschillen in de impact van een gezonken onderzeeër: Fukushima verspreidde grote hoeveelheden radioactiviteit over een uitgestrekt gebied, terwijl een onderzeeër in totaal minder radioactiviteit zou vrijgeven, en die vooral lokaal rond het wrak geconcentreerd zou zijn. Daarom zou de belangrijkste impact zich waarschijnlijk beperken tot de directe omgeving. Het risico voor populaties van mariene organismen zou daardoor beperkt blijven, al zouden wetenschappers en autoriteiten de blootstelling van lokale organismen nauwlettend willen opvolgen.
Wat doet radioactiviteit met mens en natuur, en hoe beperken we risico’s?
Bij SCK CEN kunnen we met computermodellen berekenen wat er gebeurt wanneer radioactieve stoffen in de lucht of het water terechtkomen. We ontwikkelen modellen en programma’s die voorspellen hoe deze stoffen zich verspreiden met de wind of stromingen, waar ze uiteindelijk belanden en hoe planten, dieren of mensen ermee in contact kunnen komen. Door deze voorspellingen te vergelijken met echte metingen uit lucht, water of voedsel, kunnen we de mogelijke impact op mens en milieu inschatten. Dit helpt om te bepalen waar risico’s kunnen ontstaan en hoe we die het best kunnen beheersen.
Diezelfde expertise zetten we breder in: onze experts pluizen de radiologische effecten op het milieu uit en ondersteunen zo vergunningsprocedures, ontmantelingsprojecten, duurzaam afvalbeheer en sitesanering, en staan paraat bij nucleaire incidenten zoals Fukushima, Tsjernobyl of mogelijks bij deze gezonken kernonderzeeërs. Zo helpen we om de impact van radioactiviteit te begrijpen, risico’s te beperken en de veiligheid te waarborgen.
Hoe weten we of ons voedsel écht veilig is?
Is er radioactiviteit in vissen terechtgekomen? En belandt die vis straks op je bord? Onze experts volgen de veiligheid daarvan nauwgezet op. Binnen het Belgische radiologisch toezichtprogramma van het FANC voeren we metingen uit op voedsel, onder andere in onze laboratoria voor lageradioactiviteitsmetingen (LRM). Als er producten uit risicogebieden op de Belgische markt zouden verschijnen, voeren we extra controles uit. Zo zorgen we ervoor dat er geen voedsel met verhoogde radioactiviteit in de Belgische winkels terechtkomt.