Overslaan en naar de inhoud gaan

SCK CEN en Navigo Proteins willen radioligandtherapie sneller bij patiënt brengen

Complementaire expertise bespaart kostbare ontwikkelingstijd

Het nucleaire onderzoekscentrum SCK CEN en het Duitse biotechbedrijf Navigo Proteins slaan de handen in elkaar. Door hun unieke expertise in dragermoleculen en radio-isotopen te combineren, willen ze de ontwikkeling van radioligandtherapie een stevige duw in de rug geven. Zo komt een betere levenskwaliteit voor kankerpatiënten steeds dichterbij.

SCK CEN - Navigo Proteins (2025)

Bij radioligandtherapie navigeert een speciaal ontworpen molecule rechtstreeks naar een tumor en meteen ook naar eventuele uitzaaiingen. In zijn tocht sleept hij een radio-isotoop met zich mee. Die radio-isotoop bestraalt de kankercellen héél precies en lokaal. De cellen raken beschadigd, waardoor ze afsterven en de tumor zelf uiteindelijk krimpt. “We spreken hier over precisiegeneeskunde. Voor patiënten vertaalt zich dat naar minder bijwerkingen en een betere levenskwaliteit”, aldus Koen Hasaers, directeur Nuclear Medical Applications. Deze therapie – met radio-isotoop lutetium-177 – wordt vandaag al ingezet voor de behandeling van uitgezaaide prostaatkanker en neuro-endocriene tumoren, die in de organen van het spijsverteringsstelsel waaronder de maag, pancreas en darmen ontstaan. Het vraagt echter nog veel onderzoek en ontwikkeling om radioligandtherapie voor andere kankertypes in te zetten.

In de wachtrij om als geschikte dragermolecule ontdekt te worden, staan alvast die van het Duitse biotechbedrijf Navigo Proteins. Voor hun moleculen is de tijd rijp om de volgende ontwikkelingsfase op te starten. En dat zal het nucleaire onderzoekscentrum SCK CEN voor zijn rekening nemen. “In die fase koppelen we de dragermoleculen aan terbium-161”, duidt Koen Hasaers. Die radio-isotoop wordt ook wel een van de therapeutische radio-isotopen van de toekomst genoemd. “Dan testen we die radiofarmaca in een preklinische setting. Daarbij evalueren we of die moleculen de radio-isotoop succesvol naar de tumor brengen en beoordelen we hun efficiëntie.” Meerdere, niet-nader bekendgemaakte dragermoleculen zullen zo onder de loep genomen worden. Het doel is om binnen twee tot drie jaar daaruit een veelbelovende kandidaat-dragermolecule te identificeren en alle benodigde data op tafel te leggen opdat klinische studies geïnitieerd kunnen worden.

SCK CEN - Navigo Proteins (2025)

Kostbare ontwikkelingstijd besparen

Het nucleaire onderzoekscentrum SCK CEN gelooft dat beide partners door deze strategische samenwerking kostbare ontwikkelingstijd winnen. “Navigo Proteins en SCK CEN hebben elk uitgebreide ervaring in een van de hoofdbestanddelen van radiofarmaca. Navigo Proteins is expert in de ontwikkeling van dragermoleculen, terwijl wij de expertise en infrastructuur voor preklinisch onderzoek én productie van terbium-161 in huis hebben. Die complementaire kennis die we nu bundelen, is van onschatbare waarde”, vertelt Koen Hasaers.  

Ook Dr. Ulrich Haupts, Managing Director en CSO bij Navigo Proteins, klinkt even enthousiast over het strategische samenwerkingsverband. “Door deze samenwerking krijgen we toegang tot de veelbelovende radio-isotoop terbium-161. Door dat én het baanbrekende werk van SCK CEN met onze expertise te combineren, creëren we de unieke kans om significante vooruitgang te boeken in de strijd tegen kanker.”

Hoofdbestanddelen van radiofarmaca

Radiofarmaca zijn samengesteld uit drie hoofdbestanddelen. De eerste component is de radio-isotoop die de tumor lokaal bestraalt. Als tweede is er een dragermolecule die de radio-isotoop naar de kankercellen leidt. Het derde ingrediënt is de chelator, die we de ketting tussen de radio-isotoop en de dragermolecule mogen noemen.

Terbium-161: hoger therapeutisch effect

Men verwacht dat doelgerichte kankertherapieën met terbium-161 een hoger therapeutisch effect hebben. Dat komt door zijn bijzondere eigenschappen. Terbium-161 heeft de eigenschap dat als de radio-isotoop vervalt, ze per bètadeeltje meteen gemiddeld twee laag-energetische Auger-elektronen uitzendt. Eenmaal uitgestoten, reizen die elektronen net als alfadeeltjes niet ver. Dat betekent dat er zich – héél lokaal bij de kankercel – per injectie een hogere dosis kan opstapelen. In theorie: een hogere lokale dosis, een hoger therapeutisch effect, waarbij gezond weefsel wordt ontzien.

De beschikbare productie van terbium-161 wordt hoofdzakelijk verzorgd door het Nederlandse bedrijf TerThera en het Belgische nucleaire onderzoekscentrum SCK CEN. TerThera heeft een ononderbroken toegang tot de grondstof gadolinium-160, terwijl SCK CEN een inhouse scheidingstechniek heeft ontwikkeld om zuiver terbium-161 te isoleren. Na zuivering levert TerThera de radio-isotoop aan de volgende in de productieketen, die daaraan een dragermolecule koppelt en ze tot radiofarmaca verwerkt.

Deel dit artikel