Antropogammametrie

Het labo Antropogammametrie van het SCK•CEN meet inwendige radioactieve besmettingen bij mensen. We beschikken hiervoor over een grote infrastructuur in Mol. Dagelijks gebruiken we deze voor de routine opvolging van werknemers in de nucleaire sector. Het labo heeft ook mobiele apparatuur die we kunnen inzetten buiten het SCK•CEN om mensen ter plaatse te meten, bijvoorbeeld bij incidenten.

Bij werken met radioactieve producten en bij incidenten, bestaat de kans dat radionucliden in het lichaam terechtkomen. Dit kan door inhalatie van besmette deeltjes in de lucht of door het inslikken van radioactieve deeltjes, bijvoorbeeld wanneer besmette handschoenen in contact komen met de mond. Op die manier komen de deeltjes in de longen of in het spijsverteringsstelsel terecht en worden ze (gedeeltelijk) geabsorbeerd in het bloed. Zo kunnen de radioactieve stoffen zich verspreiden over het hele lichaam.

Als het gaat om radionucliden die gammastraling uitzenden, kunnen we dit detecteren aan de buitenkant van het lichaam. Gammastraling dringt immers door weefsel en huid. Op basis van de energie en de hoeveelheid straling die gedetecteerd wordt, kunnen we bepalen welke radioactieve stof in het lichaam aanwezig is en ook hoeveel. Zo kunnen we in het labo voor Antropogammametrie onder meer inwendige besmettingen met cesium-137, kobalt-60 of jodium-131 meten.

Contact: filip.vanhavere@sckcen.be ; anne.laure.lebacq@sckcen.be

Meer informatie op ons Science Platform (Engels)