SCK•CEN publiceert een analyse over de aanwezigheid van radioactief ruthenium-106 in samenwerking met het KMI

2017-12-21

Eind september - begin oktober 2017 werden lage concentraties van radioactief ruthenium-106 (Ru-106) gemeten in de lucht boven Europa maar ook over de hele wereld. Het Studiecentrum voor Kernenergie, in samenwerking met het Koninklijk Meteorologisch Instituut, voerde een analyse uit naar de oorsprong van het ruthenium-106.

Eind september - begin oktober werd ruthenium-106 in de atmosfeer gemeten door meerdere Europese netwerken ter controle van radioactiviteit in het leefmilieu. Het Franse instituut voor stralingsbescherming en nucleaire veiligheid (IRSN) had toen laten weten dat de gemeten concentraties “geen gevolg hadden op de menselijke gezondheid of milieu”. Het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) bevestigde ook dat “geen enkele toename van het rutheniumpercentage werd opgemerkt in België” zowel door het permanent meetsysteem Telerad of tijdens aanvullende metingen.

De onafhankelijke analyse, uitgevoerd door SCK•CEN en KMI experten, maakte gebruik van atmosferische transport- en dispersiemodellen in combinatie met numerieke weerdata van het Europese centrum voor weersverwachtingen op middellange termijn (ECMWF) om zo op basis van de metingen van het ruthenium-106 in Europa en wereldwijd terug te rekenen naar de regio vanwaar het afkomstig kan zijn. De gebruikte metingen komen van het Internationaal Monitoring Systeem (IMS) dat wereldwijde opgezet wordt ter verificatie van het verdrag op het bannen van kernproeven.

“Het resultaat is te zien in onderstaande figuur en toont de afwijking tussen de metingen en de analyse voor elke mogelijke locatie op het noordelijk halfrond; een lage waarde betekent een goede match tussen model en metingen, en dus een waarschijnlijke bronlocatie”, zegt Pieter De Meutter, die de berekeningen uitvoerde.  “Het ruthenium-106, een splijtingsproduct, is waarschijnlijk afkomstig uit een gebied gelegen in Rusland waar zich verschillende nucleaire installaties bevinden. Het kan echter niet vrijgekomen zijn bij een reactorincident. In dat geval zouden ook andere splijtingsproducten, zoals edelgassen en jodium, ongeveer gelijktijdig moeten gemeten zijn."

 

 
De berekeningen laten ook toe een schatting te maken van de hoeveelheid ruthenium-106 dat vrijgezet werd in de atmosfeer. Op basis daarvan kan dan de ruthenium-106 wolk zoals ze over Europa en andere delen van de wereld trok gereconstrueerd worden, wat getoond is in onderstaande animatie. De concentraties boven Europa zijn van een niveau ver beneden elk risico voor gezondheid en milieu. De reconstructie toont ook dat de wolk niet over België trok.