Skip to main content

Gezondheidseffecten bij lage dosissen

Meeste blootstelling komt van medische sector

Radioactiviteit bestaat al sinds de oorsprong van de aarde. Het is dan ook letterlijk overal aanwezig: in het water, in de lucht, in de bodem en in levende wezens. Radioactiviteit is dus een natuurlijk fenomeen, maar wordt ook gebruikt bij menselijke activiteiten. Jaarlijks wordt een Belg gemiddeld blootgesteld aan een dosis van 4 millisievert. Bijna de helft ervan is afkomstig van medische toepassingen, waarbij ioniserende straling wordt gebruikt om diagnoses te stellen.

SCK CEN - Ruimte (2019)

Stralingsbescherming bij lage dosissen

De stralingsdosis is afhankelijk van het type onderzoek en het aantal onderzoeken. Het zou bijvoorbeeld acht maanden duren om met natuurlijke blootstelling dezelfde stralingsdosis als een CT-scan van het hoofd te bereiken. De medische sector houdt de dosissen zo laag mogelijk, maar heeft die lage dosis toch een effect op het gezonde weefsel? Welk effect hebben die lage dosissen op korte en lange termijn? SCK CEN ontrafelt de mechanismen om de gezondheidseffecten beter te begrijpen. Door die mechanismen wetenschappelijk te onderbouwen, probeert SCK CEN de stralingsbescherming te verbeteren. Zowel in de medische sector als daarbuiten.

Drie systemen in het lichaam

Het onderzoek van SCK CEN focust zich op drie systemen in het menselijke lichaam.

  • 2019_SCK CEN Cognitief systeem

    Cognitief systeem

    Onder cognitieve vaardigheden of vermogens verstaan we de mate waarin de mens in staat is om kennis en informatie op te nemen en te verwerken. Bestraling tijdens de zwangerschap of de behandeling van hersenkanker op jonge leeftijd kan ertoe leiden dat kinderen op latere leeftijd problemen in cognitie ervaren. Zo daalt het leervermogen en het IQ. SCK CEN onderzoekt de onderliggende mechanismen om gerichte medicatie te kunnen ontwikkelen.

  • 2019_SCK CEN Cardiovasculair systeem (2019)

    Cardiovasculair systeem

    Blootstelling aan ioniserende straling kan leiden tot meer hart- en vaataandoeningen. Hoe komt dat? Welke mechanismen spelen hierbij een rol? Bij welke stralingsdosis treden die mechanismen in werking? Kunnen tegenmaatregelen de effecten milderen? Het onderzoek van SCK CEN tracht een antwoord te bieden op die vragen.

  • 2019_SCK CEN Immuunsysteem (2019)

    Immuunsysteem

    Het immuunsysteem heeft last van ioniserende straling. Bij lage dosissen wordt het overactief, terwijl het bij hoge dosissen verzwakt. Bij stralingsdosissen die in de ruimte voorkomen, wordt de mens sneller oud. De spieren en krijgt de mens sneller een verkoudheid. Andere factoren waaronder psychologische stress kunnen die effecten versterken. SCK CEN onderzoekt hoe ons lichaam reageert bij die combinatie aan factoren.

Biomarkers: natuurlijke voorspellers van stralingsgevoeligheid

De stralingsgevoeligheid verschilt van persoon tot persoon. Het is afhankelijk van factoren zoals leeftijd, geslacht en genetica. Een vrouw ontwikkelt na radiotherapie bijvoorbeeld vaker borstkanker dan een man. Mensen met bepaalde genetische aandoeningen hebben dan weer een verhoogd risico op kanker, waaronder patiënten met ataxia telangiectasia, een erfelijke aandoening van de zenuwen en het afweersysteem. Om die stralingsgevoeligheid te kunnen voorspellen, voert SCK CEN onderzoek naar ‘biomarkers’. Biomarkers zijn natuurlijke moleculen, genen of andere biologische karakteristieken die meer vertellen over processen in het lichaam. Met die kennis kan SCK CEN bijvoorbeeld voorspellen welke patiënten meer neveneffecten van een radiotherapie zullen ondervinden. Op die manier kunnen op voorhand gepaste maatregelen getroffen worden.

2019_SCK CEN DNA

Lichaamsdosis bij nucleair incident nauwkeurig bepalen

Een van de technieken om de opgelopen stralingsdosis te bepalen, is de genexpressie nagaan. Genexpressie geeft cellen het signaal om eiwitten aan te maken, wanneer het nodig is. Het bepalen van de genexpressie geeft een algemene waarde per gen, maar elk exon – het coderende gedeelte van een gen – kan anders reageren na straling. Daarom ontleden onderzoekers van SCK CEN niet het volledige gen, maar concentreren ze zich enkel op die onderdelen die van belang zijn. Er zitten ongeveer 50.000 genen in het DNA. Door enkel de expressie van de vooraf bepaalde exons te bestuderen, kunnen de onderzoekers – kort na de blootstelling – nauwkeuriger de opgelopen dosis in functie van de tijd meten. Zo kunnen ze korter op de bal spelen bij bijvoorbeeld nucleaire incidenten. Een snelle screening, een juiste diagnose en een hierop afgestemde medische behandeling verhogen de overlevingskans na een hoge stralingsblootstelling. De methode staat wel nog in haar kinderschoenen.

Share this page